Schouten Architecten

oostvaardersland

/

inner circle


/1 /2 /3 /4 /5 /6 /7

prijsvraag Staatsbosbeheer, natuuractiviteitencentrum Oostvaardersland
in samenwerking met Gudrun Bosch, landschapsarchitecte

In de 'visie ruimtelijke huisstijl bezoekerscentra Staatsbosbeheer, Muur naar de natuur' wordt het thema van de muur ingezet als ruimtelijk instrument voor het ontwikkelen van een eigen herkenbare huisstijl.

Door het thema van de muur in te zetten en verder te verdiepen kan het natuurcentum een transitieruimte worden, om te gaan van de alledaagse werkelijkheid naar die van de natuur.
Het programma voor het natuurcentrum valt in vele kleine onderdelen uiteen (1).
Vanuit een ander perspectief is het programma echter te verdelen in twee groepen, dienende ruimte en gediende ruimte (2).
Door de muur te vullen met de dienende ruimtes, blijft er een open ruimte over die zich laat gebruiken voor uiteenlopende activiteiten.
De dikke muur wordt een drager van informatie en educatie. Aan de buitenzijde begroeid met planten en holen van insecten en vogels. Aan de binnenzijde begroeid met boeken en documentatie, studie- en meditatieplekken waar bezoekers zich kunnen terugtrekken.
Bij bestaande natuurcentra kunnen twee ontwerpstrategie├źn worden onderzocht.
De muur langs de grens van het gebied wordt drager van dienende ruimtes, waardoor geleidelijk de bebouwing in het gebied kan verdwijnen(4).
De omhulling van de bestaande bebouwing wordt verdikt waardoor er een open binnenruimte ontstaat en het gebouw aan de buitenzijde opgaat in de natuur(5).

Het programma voor het nieuwe natuurcentrum is een dikke muur, gebogen in een ronde gesloten beweging. Hierdoor wordt de natuur niet geannexeerd als buitenruimte, maar blijft ze onaangetast, zonder grenzen. Het centrum wordt een transformatiepunt om te gaan van de alledaagse werkelijkheid naar die van de natuur (6).
De ruimte van het centrum ankert zich in de natuur, de patio van het gebouw werkt als een oog, ze omkadert en verbijzondert een stukje natuur van het Oostvaardersland.
De open ruimte van het gebouw heeft wisselende activiteiten, wisselend als de seizoenen.

De massa van water wordt ingezet voor een duurzame energiehuishouding.
Regenwater blijft gedeeltelijk op het dak staan en wordt gebruikt om het gebouw te koelen in de zomer en als het kouder wordt koelt het gebouw slechts langzaam af.
Het overige regenwater loopt over de buitenwand naar beneden en voedt daarmee de omhoog groeiende planten. Het gebouw wordt langzaam opgenomen in de natuur.

Vanaf de dijk is het gebied te overzien, het water van het centrum zweeft tussen de bomen, als een nabeeld van het water van de Zuiderzee die het gebied bedekte, een halve eeuw geleden.
De route naar het centrum wordt gemarkeerd door (fossiele?) stenen die opgloeien in de schemering na een warme en zonnige dag.