Na 23 jaar leegstand heeft Schouten Architecten een plan ontwikkeld voor herontwikkeling van twee kantoorverdiepingen in de Pegasustoren in Rotterdam. Binnen de beperkingen van het bestaande betonnen casco worden 14 appartementen gerealiseerd met een gemeenschappelijke daktuin. De hoge verdiepingen geven de woningen extra kwaliteit. Op de vijfde verdieping krijgen de woningen extra ruimte door een split level, met ruimte voor een extra hoogslaper of werkruimte en berging.
In Leimuiden, Hoogmade en Ter Aar zijn 72 sociale 1 en 2 kamer-huurwoningen toe aan renovatie en verduurzaming. Aanvullend wordt na-isolatie van de aangrenzende grondgebonden woningen onderzocht. De huurwoningen betreffen kleine studio’s, met op met name de bovenste (tweede) verdieping een beperkte leefkwaliteit. Ze maken deel uit van woonwijken, gebouwd in de jaren ’80, met voornamelijk grondgebonden geschakelde eengezinswoningen. De studio’s zelf zijn als zodanig in de wijk nauwelijks herkenbaar. Ze missen een eigen identiteit, afwijkend van die van de gezinswoningen.
De opgave is om de woningen aan de buitenzijde te isoleren en te voorzien van nieuwe klimaatinstallaties. Dit biedt tevens kansen voor het verbeteren van de uitstraling en de leefkwaliteit. Met beperkte middelen en door het realiseren van extra ruimte voor de bovenste woningen kan er een kwaliteitsslag worden gemaakt en krijgen de appartementen een eigen herkenbare identiteit, als onderdeel van de wijken waarin ze staan.
De HAT-woningen staan in 4 kleine dorpskernen in een karakteristiek Hollands cultuurlandschap van polders, vaarten en plassen. De materialisering van de HAT woningen zoekt verbinding met dit landschap en is geïnspireerd door de gekleurde en geprofileerde houten bekleding van molens, boothuizen en sloepen.
in opdracht van Heembouw Architecten en Woondiensten Aarwoude
De verdiepingen van het winkelpand op de hoek van de Visstraat en de Voorstraat worden verbouwd tot acht levensloop bestendige woningen. Daarnaast worden de gevels aangepakt en teruggebracht in de stijl die het na een brand in de jaren veertig kreeg.
Het pand kent een bijzondere historie. Het oude pand werd in de 19e eeuw rigoureus verbouwd. De gevels zijn na een brand in de jaren 40 opnieuw ingrijpend aangepast in een eclectische stijl. In het interieur zijn ook verschillende elementen bewaard gebleven, zoals kolommen en oude legramen. Samen met het muur-reliëf met netmotief aan de gevel verraden ze de invloed van architect van Ravensteijn, die niet veel eerder de Holland en de Kunstmin in Dordrecht realiseerde.
De gevels zijn in ere hersteld en opnieuw geschilderd. In samenwerking met de afdeling Erfgoed van de Gemeente Dordrecht is er onderzoek gedaan naar het kleurgebruik in het pand en bij architectuur van van Ravesteijn in de Kunstmin en de Holland.
De band met het netmotief is in de jaren 80 vervangen door een luifel. Deze luifel is verwijderd en de band opnieuw aangebracht.
De hoge ramen op de eerste verdieping worden hersteld en de entree van de woningen aan de Visstraat krijgt een nieuwe uitstraling die past bij de eclectische stijl van de gevel en geïnspireerd op het werk van van Ravesteijn.
Met het herstellen en renoveren van de gevels is het idee ontstaan om een kunstwerk toe te voegen aan de gevel.
Het kunstwerk
Het gebouw is ontstaan op een bijzonder moment, in de periode net voordat de hegemonie van de moderne kunst en architectuur in Nederland definitief aanbreekt. Veel architecten geloofden te leven in een stijlloze tijd. Het begrip stijl was toen nog een veelgebruikt begrip. Een duidelijk vastomlijnd beeld van de toekomst en hoe deze eruit zou moeten zien ontbrak echter. Een definitief oordeel over stijl, modern of meer traditioneel, werd vooralsnog uitgesteld.
Tegelijkertijd was er, al tijdens en direct na de tweede wereldoorlog, een opleving van een oud ideaal, die van het Gesamtkunstwerk. Kunstenaars en architecten werkten samen bij de vormgeving van gebouwen.
Hoe deze samenwerking gestalte zou moeten krijgen en welke vorm het resultaat zou moeten krijgen was onduidelijk. De samenwerking had het karakter van een urgent experiment. Een experiment als uitdrukking van een maatschappelijk breed gedragen verlangen naar heelheid en verbondenheid tegenover de destructie en vernietiging van de oorlog.
Met de renovatie en herstelwerkzaamheden van het pand ontstond het idee nu opnieuw iets toe te voegen aan de gevel. Door de interventie van de kunstenaar en het kunstwerk kunnen er nieuwe verbindingen ontstaan met de aanwezigheid van het gebouw in de openbare ruimte en de actualiteit van onze eigen tijd.
In overleg met de afdeling Erfgoed van de gemeente Dordrecht en het Dordts Museum is voor het ontwerp en de realisering van het kunstwerk gekozen voor kunstenaar Marien Schouten.
Als geen ander is Marien in staat met een nieuw kunstwerk te reageren op de ambiguïteit van het gebouw en haar plek. Het ontstane kunstwerk bevat verwijzingen naar eerder werk van Marien. Het bevragen van het conceptueel modernisme waarmee de kunstenaar is opgeleid en opgegroeid vormt een terugkerend thema in zijn werk. Met het bijna stelselmatig openstaan voor en inbrengen van vreemde en nieuwe invloeden vertoont zijn manier van werken overeenkomsten en paralellen met de architectuur en mentaliteit van het pand. Zo ontstaat er een daadwerkelijke interactie tussen het nieuwe kunstwerk, het gebouw en haar plek en betekenis in de openbare ruimte.
Aan de achterzijde wordt het woonhuis uitgebreid en verbouwd. Het huis krijgt een ruimere keuken en woonkamer. De relatie van de woonkamer en keuken met de tuin wordt hierdoor verbeterd.